aftrekker
` af - trek - ker de -woord (mannelijk) aftrekkers 1 onderdeel dat een geweer doet afgaan, trekker; 2 getal dat afgetrokken wordt; 3 Zuid-Nederlands kurkentrekker; flesopener (voor kroonkurken); 4 Zuid-Nederlands soort schuiver van rubber of kunststof, aan een steel bevestigd, waarmee men het water ...