meedelen
(ditransitief) een feit vertellen
Wat ik jullie nog zou meedelen is dat wij morgen niet hoeven te vergaderen. Wij kregen meegedeeld dat de vergadering niet door ging.
Wat ik jullie nog zou meedelen is dat wij morgen niet hoeven te vergaderen. Wij kregen meegedeeld dat de vergadering niet door ging.