waardin

Uitspraak: war'dɪn de -woord (vrouwelijk) waardinen Zelfst. Naamw. Vrouwelijke vorm van waard, obsolete eigenaar van een herberg buiten de waard gerekend hebben (= je plan zien mislukken)    `Ik had buiten de waard gerekend; door een storing reden er geen treinen.`

description